Academische werkplaats

Opleidingsschool

Het onderwijssysteem in Nederland heeft in de afgelopen decennia veel grootschalige veranderingen meegemaakt. Veel onderwijsvernieuwingen zijn niet of onvoldoende gebaseerd op wetenschappelijke inzichten, en ook is er vaak geen bewijs over de effectiviteit van de ingevoerde onderwijsinnovaties.

Inmiddels zijn veel onderwijsinstellingen tot het inzicht gekomen dat het verkrijgen van evidentie over de effectiviteit van onderwijsaanpassingen van wezenlijk belang is om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen en waar mogelijk te verbeteren. Het ontwerpen en uitvoeren van verantwoorde evidence-based interventies vraagt om een academisch werk- en denkklimaat binnen een onderwijsinstelling.


De academische werkplaats in de praktijk

Docentonderzoekers houden zich bezig met onderwijsontwikkeling, onderwijsinnovatie en toegepast wetenschappelijk onderzoek. De onderzoeksvragen zijn van direct van belang voor de praktijk van het onderwijs. Bijvoorbeeld: ‘Hanteren kinderen verschillende strategieën voor het oplossen van rekenopgaven?’ De resultaten worden getoetst in de praktijk op doelmatigheid en doeltreffendheid. Dit leidt tot bevindingen die beleidsmakers handvatten kan geven om veranderingen door te voeren.

Anton Boonen is docent bij de pabo van Windesheim in Zwolle en doet onderzoek voor op het gebied van rekenen en bètavaardigheden bijvoorbeeld ‘Leren visualiseren bij rekenen’. De Academische Werkplaats biedt hem de omgeving waarbinnen hij als (docent)onderzoeker en promovendi activiteiten uitvoert op het gebied van onderwijsontwikkeling en toegepast wetenschappelijk onderzoek. Het uiteindelijke doel is het onderwijs te verbeteren.
Boonen merkt dat de afstand tussen onderzoek doen en wat er gebeurt in de klas wordt verkleind. Zo begeleidt Boonen ook de toekomstige juffen en meesters bij de afronding van hun studie. Een student kan een deelonderzoek doen of de stageklas bij het onderzoek betrekken. De afwisseling is een belangrijk argument om te kiezen voor deze manier van werken.  Boonen: “Na een collegedag kan ik weer met een frisse kijk beginnen aan het onderzoek. Maar het is ook pittig, want je moet continue schakelen in je werkzaamheden.”