Nieuws
Subsidie voor ‘Leren lezen met verbeeldingskracht’
UD'er en postdoc van het Centrum Brein & Leren ontvangen subsidie voor onderzoek naar het inzetten van meerdere leesstrategieën.

Hoe kunnen kinderen weer helemaal opgaan in een boek? Het blijkt dat veel kinderen moeite hebben met het begrijpen van een tekst. Zij missen verbeeldingskracht, omdat ze niet weten hoe ze die verbeelding op kunnen roepen. Hierdoor neemt het plezier in lezen al af vanaf groep 4.
Dr. Menno van der Schoot en dr. Meinou de Vries, respectievelijk universitair docent en postdoc bij het Centrum Brein & Leren van de Vrije Universiteit Amsterdam, hebben een subsidie van €300.000 van NWO/Programmaraad voor het Onderwijsonderzoek (PROO) ontvangen om te onderzoeken of het gecoördineerd (leren) inzetten van meerdere leesstrategieën helpt om de verbeeldingskracht te stimuleren en het tekstbegrip te verdiepen.
“Mogelijk hebben zwak begrijpende lezers geringe aandacht en instructie gekregen bij het echt beleven en ervaren van de tekst”, vertelt projectleider Van der Schoot. Een levendige mentale representatie, of innerlijke voorstelling, maken van waar de tekst over gaat (in plaats van van de tekst zélf) is nodig om tot een dieper tekstbegrip te komen. Zo’n representatie wordt gemaakt door bijvoorbeeld de tekst ‘na te spelen’ in het hoofd en deze te verbinden aan eerdere zintuiglijke, motorische en emotionele ervaringen.
Ook het actief inzetten van bestaande kennis is hierbij belangrijk: zo wordt op basis van wereldkennis informatie die niet expliciet in de tekst staat maar die wel nodig of nuttig is voor het beter en dieper begrijpen ervan, toegevoegd aan de representatie. Bij een zin als ‘De misdadiger stak het slachtoffer met zijn wapen’ denkt de lezer automatisch aan een mes, terwijl dat niet expliciet wordt genoemd. Wereldkennis is ook nodig om bepaalde inconsistenties in een verhaal te ontdekken. Bij een verhaal over een jongetje dat naar de bioscoop gaat en pas zes uur later iets anders gaat doen, gaan bij een goede lezer alarmbellen rinkelen, omdat bioscoopfilms in de regel veel korter duren dan zes uur. Verbeeldingskracht is dus niet alleen erg belangrijk bij het invullen van een innerlijke tekstvoorstelling, maar ook bij het opsporen van zaken die niet kloppen. Goede lezers doen dit probleemloos, maar slechte lezers kunnen dit niet uit zichzelf.
Daarom willen Van der Schoot en De Vries in dit onderzoek leesstrategieën aanbieden die zwakke lezers aanmoedigen om hun verbeeldingskracht in te zetten tijdens het lezen van teksten. Deze strategieën worden individueel, interactief en via de computer aangeboden. Elke leerling wordt online gevolgd: welke leesstrategieën past hij toe tijdens het lezen van de tekst? Hier kan de leerkracht op inspelen: onderwijs en instructie worden afgestemd op de specifieke behoeften van het kind.
Door de samenwerking met basisscholen wordt wetenschappelijke kennis naar de leerkrachten en de leerlingen vertaald. De feedback uit de praktijk wordt teruggekoppeld naar de wetenschap om zo weer goede, nieuwe onderzoeksvragen te stellen die voor onderwijsinnovatie kunnen worden gebruikt. Dit is ook wat prof. Jelle Jolles, directeur van het Centrum Brein & Leren, beoogt: een brug slaan tussen neurowetenschap en het basisonderwijs. “Leren, onderwijzen en opvoeden zijn als onderzoeksthema’s binnen de onderwijsneurowetenschap onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ze vullen elkaar aan en versterken elkaar. Uiteindelijk gaat het om de ontplooiing van ieder kind.”
Bent u geïnteresseerd in ‘Leren lezen met Verbeeldingskracht’, stuur dan een mailtje met uw gegevens naar: brein.fpp@vu.nl t.a.v. Afke Kostelijk - Blanksma. U wordt dan op de hoogte gehouden van de ontwikkeling van dit onderzoek.


